CURSUS VRIJWILLIGERS
Terug in de schoolbanken
In de week voor het begin van het nieuwe schooljaar is een
introductiecursus van drie middagen gehouden voor alle vrijwilligers
die op de school in Alotenango aan de slag gaan. De cursus is
bedoeld als kennismaking met het project, de historie en werkwijze,
maar vooral ook voor het overdragen van het 'gevoel' waarmee er
met de kinderen wordt gewerkt.
Maandagmiddag om 13.15 uur verzamelde de groep zich bij het
busstation in Antigua voor de eerste rit met de camionetta, de
'chickenbus' (die ook nu zijn naam recht aandeed met meer dan
twintig kleurrijke enthousiast kletsende vooral Hollandse meiden
in de bus).
De leraren
Julio, oprichter en hoofd van de school, heette alle
vrijwilligers welkom in de schoolbankjes van het grootste lokaal
in het hoofdgebouwtje. Omdat nog niet iedereen het Spaans even
goed beheerste (sommigen beginnen pas over een aantal weken in het
project en hebben nog Spaanse les), werd alles in het Engels
vertaald door Irene, de vrijwilligerscoördinator van Los Niños.
Allereerst werden de Guatemalteekse leraren voorgesteld:
Alexandra, die met de allerkleinsten werkt (tot 6 jaar) de 'tulipanitos' (tulpjes),
Imelda, die met kinderen van 7 tot 10 jaar werkt, Carlos en Mario
die vooral met de oudere kinderen werken (van 8 tot 16/17 jaar) en
Ana, coördinator van alle schoolactiviteiten.
Werkwijze
De eerste middag stond in het teken van uitleg over het ontstaan
en de werkwijze van de school en de manier waarop er door
iedereen - leraren en vrijwilligers - met een groot hart 'met en voor'
de kinderen wordt gewerkt. Er is een informatiemap uitgereikt om
alles later nog eens rustig na te kunnen lezen.
Een stukje geschiedenis
Julio was oorspronkelijk leraar op de publieke school in Alotenango,
maar hij wilde graag meer doen voor de kinderen.
Op de publieke school werken 40 leraren met 1700 kinderen, dus méér
dan 40 kinderen per klas, waardoor het onmogelijk is om de kinderen
goed te begeleiden en de broodnodige persoonlijke aandacht te geven.
Heel veel kinderen redden het dan ook niet en verlaten al na één of
twee jaar de school.
Enkele leraren van de publieke school
wilden eerst wel, maar later toch weer niet meewerken aan het
initiatief van Julio om 's middags huiswerkbegeleiding te geven.
Alleen is hij daarom in 2002 het project 'Asociacion Bendicion de Dios'
gestart,
waarbij hij in eerste instantie 40 kinderen hielp met hun lessen.
Al gauw dienden zich meer kinderen aan, ook kinderen die al te oud
waren om naar de publieke school te gaan of waarvan de ouders
het geld voor het verplichte schooluniform en de boeken niet konden
betalen.
Omdat hij geen salaris meer ontving, werkte hij in het weekend
op de markt om de huur voor een lokaaltje te kunnen betalen en zijn
gezin te onderhouden. Eten kreeg hij van families in Alotenango die
hem steunden en wilden helpen. Na een jaar was het voor hem toch
zo goed als onmogelijk om het project gaande te houden.
Maar de kinderen, die zo graag wilden leren, motiveerden hem steeds
weer om door te gaan. In juli 2003 is Stichting Los Niños in het
project ingestapt - toen het al 85 kinderen telde. Nu, in januari
2005, gaat het nieuwe schooljaar van start met 290 kinderen,
die hier echt de kans krijgen om te leren.
De missie
De basisgedachte is dat alleen met educatie de vicieuze cirkel
van armoede te doorbreken is en de kwaliteit van het leven voor
de kinderen en families van Alotenango kan verbeteren.
In de missie van de school staat daarbij voorop dat het
niet alleen een plaats voor onderwijs is, maar een 'thuis' is voor
de kinderen, waar de leraren vrienden zijn. De meeste families
in Alotenango hebben acht of meer kinderen en thuis ontbreekt
het vaak aan van alles, vooral ook aan aandacht. Verjaardagen
worden niet onthouden, laat staan gevierd. Op school worden wel
de verjaardagen van de kinderen gevierd en ze proberen de families
zoveel mogelijk te betrekken en de ouders ook te leren dat elk kind
belangrijk is.
Een jaar geleden kwamen een paar knullen van 17 en 18 jaar naar de
school toe. Ze hadden nog nooit les gehad en wilden heel
graag leren. Julio wilde ze helpen en er is een speciale klas
gestart voor oudere kinderen (die Mario leidt). Ook de
verjaardagen van deze jongens werden op school gevierd.
Die knul van 17 kreeg zijn cadeautje en keek daar vol
verbazing naar, hij had in die 17 jaar nog nooit een cadeautje
gekregen.
Naast de gewone lessen zijn nu ook praktijklessen gestart in
timmeren en naaien, zodat de oudere kinderen een vak kunnen leren.
Vanaf dit jaar kunnen ook de moeders op school terecht voor
naailessen én om te leren lezen en schrijven. Daarnaast is er een
project voor voeding en hygiëne en is een initiatief gestart
waarbij de families leren om op hun stukje grond bij het huis het
jaar rond verschillende groentes te verbouwen.
Voor de klas
De uitleg van Julio werd afgewisseld met voorbeeldlessen die de
Guatemalteekse leraren gaven. Het was helemaal terug naar je
kindertijd met allerlei spelletjes om te leren tellen en eenvoudige
rekensommen te maken.
Het is moeilijk om je voor te stellen
dat kinderen van tien of ouder niet weten wat 'plus' (más) betekent.
Mario gaf een voorbeeldles waarbij we allemaal naar buiten gingen en
iedereen eerst een aantal steentjes moest verzamelen.
Vervolgens maakten we een kring en werd iedereen om de beurt
gevraagd om zijn stenen in het midden te leggen waarbij we
dan allemaal 'más piedras' zeiden. Nadat de kring rond was
zei Mario: "nu weten we allemaal wel wat 'más' betekent en hoeven
we dat niet meer te herhalen". Vervolgens gingen we in
de klas verder om te leren hoe je het plus-teken schrijft,
door het met een touwtje op een vel papier te plakken - eerst van
boven naar beneden en dan van links naar rechts - en dan het teken
zo vaak mogelijk op het papier te tekenen. Zo leer je dus wat plus
betekent en hoe je het schrijft.
Stil zitten
De meeste kinderen zijn heel beweeglijk en hebben er moeite mee
om lang stil te zitten. Vaak begint de les dan ook met een
spel of oefeningen om even stoom af te blazen.
Die oefeningen hebben meestal ook een tweede doel zoals vingers
losmaken, coördinatie oefenen (eerst je armen wijd, pak met je
rechterhand je neus en je linkerhand je rechteroor,
en dan andersom en dan heel snel achterelkaar). Het is ook lachen
en ontspannen. Tussen de lessen door wordt ook vaak even gepauzeerd
met een spelletje om dan weer rustig verder te kunnen.
Alexandra gaf een voorbeeldles voor de kleintjes die begon met een
Spaanse variatie op 'Hoofd, schouders, knie en teen' om lekker los
te komen én om te leren wat de namen zijn van je hoofd, schouders,
knie en teen. Vervolgens deelde ze een opdrachtvel uit van een
poppetje dat je in elkaar kon zetten. Op elke tafel stond een
klein schoteltje lijm, een schaar, een paar gekleurde velletjes
vloeipapier en een potje met kleurpotloodjes.
Twee kinderen delen dit met elkaar zodat ze ook leren samenwerken
en geduldig zijn.
De eerste opdracht was om kleine balletjes
te maken van het vloeipapier door het tussen duim en wijsvinger
te rollen - om de fijne motoriek te ontwikkelen die voor
schrijven belangrijk is. De balletjes plakte je vervolgens op
het vel. Daarna werd er (binnen de lijnen!) gekleurd - ook de
kleuren leren - en de ledematen één voor één uitgeknipt om het
poppetje op een ander vel goed in elkaar te zetten. Het lijkt
zo simpel maar het is voor die kleintjes een hele klus waar zo
een ochtend mee is gevuld - onze 'klas' was in ieder geval heel
stilletjes en geconcentreerd aan het werk.
Het was een heel goed
voorbeeld van hoe je met eenvoudige, kleine activiteiten
de kinderen heel veel verschillende dingen kan leren.
Om kleuren te leren kun je ook naar buiten gaan en de kinderen
laten zoeken en aanwijzen wat rood is (of vormen zoeken, rond,
vierkant, driehoekig). Er zijn boeken en opdrachtvellen om mee
te werken, maar de kunst is daarnaast om van alles in de
omgeving gebruik te maken.
De lessen van Eilene
Een van de vrijwilligers, Eilene, een Amerikaanse lerares,
vertelde over haar ervaringen. Zij heeft al een
paar maanden 's middags Engelse les gegeven aan de kinderen die
ook naar de publieke school gaan. Voor elke juf/meester is er
een eigen doos (su caja) om lesspullen in te bewaren;
alle dozen staan in het halletje in een open kast.
Het is elke dag weer een sport om aan het begin en eind
van de les weer dezelfde inhoud terug te vinden - waar je je vooral
niet te druk over moet maken. Maar er zijn veel manieren om dingen
aan te pakken. Alle kinderen willen graag een 'rol' hebben en de
juf of meester een plezier doen. Dus is er een jongen die altijd
de doos voor haar gaat halen, een ander die elke dag voor haar
de datum op het bord schrijft en eentje die onder
zijn klasgenoten de potloden weer verzameld. En elk kind heeft
iets speciaals: het beste in tekenen, het beste in je Spaans corrigeren,
het mooiste schrijven. De kinderen groeien enorm als ze 'iets'
hebben waar ze trots op kunnen zijn.
Een systeem in de klas
- gewoon de manier waarop jij de dingen doet - geeft jezelf en de
kinderen houvast, en ze hebben het binnen drie dagen door.
En hoe meer je de kinderen verantwoordelijkheid geeft
(ieder zijn eigen potlood, eigen werkmap) des te makkelijker en
leuker het uiteindelijk gaat.
Nog een tip van Eilene: onthoud hoe het was de eerste dagen
van je Spaanse les en je na twintig keer weer vergeten was hoe
je schoenen heten! Zo is het voor hen soms ook.
Het zijn slimme kinderen en ze kunnen geweldig leren.
Geef ze de tijd en wees trots op ze. Van een schouderklopje,
omhelzing of een 'high five' groeien ze enorm.
Je staat er nooit alleen voor
Julio heeft verder veel verteld over situaties waar je
waarschijnlijk mee te maken krijgt. Het is goed om strikt te zijn
in de klas, als jij iets uitlegt moeten de kinderen luisteren
('Silencio por favor!'), niet in de banken hangen of anderen
afleiden; ze moeten ook leren met aandacht en respect met jou en
elkaar om te gaan. Niet veel anders dus als bij ons vroeger.
Daarbij geldt dat je zelf altijd rustig en beleefd moet blijven,
het goede voorbeeld geven. Je mag een kind nooit even 'hard aanpakken',
dat kan helemaal averechts werken en heel slecht zijn voor het
zelfvertrouwen. De meeste kinderen hebben problemen thuis die je je
nauwelijks kan voorstellen en hebben al veel meer meegemaakt dan goed
voor ze is. De kans is groot dat tijdens de les dat soort
problemen onverwacht ter sprake komen. Je kunt daar dan niet zomaar
aan voorbijgaan. Luisteren, het erkennen, is dan heel belangrijk.
Maar je staat er nooit alleen voor.
In de meeste gevallen geef je les in een klas samen met een
van de leraren waarbij je een eigen groepje begeleidt.
Met problemen kun je ook altijd bij Julio en bij Ana terecht.
Vaak doet het wonderen als zij even met een kind praten.
In de informatiemap zijn de regels opgenomen waar de kinderen en de
vrijwilligers zich aan moeten houden.
Wat elke vrijwilliger bijdraagt
Het kan zijn dat je in de maand of maanden dat je op school
werkt zelf niet ziet wat voor verschil je maakt. Maar Julio
en de leraren zien heel goed wat er in de afgelopen twee jaar
allemaal tot stand is gekomen en wat een geweldige bijdrage
elke vrijwilliger weer levert. Het blijft ook een leerproces.
Flexibiliteit, geduld ('paso a paso'), het eenvoudig houden, is
allemaal belangrijk. Het gaat om de kinderen op lange termijn,
dat ze zelfvertrouwen krijgen, uitzicht op een betere toekomst,
en dat ze op school een veilige plek hebben waar ze plezier kunnen
maken.
Toen de eerste vrijwilligers op school kwamen werken, vonden de
kinderen (en ouders) het geweldig dat al die mensen helemaal
vanuit Holland met de bus naar hun dorp waren gekomen om les
te geven. De meeste kinderen kennen alleen hun dorp en een
straal van vijf kilometer daarbuiten. Hoe onze planeet eruit
ziet, is voor hen zo abstract, dat is eigenlijk niet uit te leggen.
Maar dat de vrijwilligers er zijn, om hen te leren lezen, schrijven,
rekenen, betekent meer voor ze dan je waarschijnlijk zelf ooit zou
kunnen beseffen.
|
|