Gudule Boland
|
Twee doden, veel
gewonden en een serie doodsbedreigingen aan het adres van direct betrokkenen. In
de westelijke hooglanden van Guatemala exploreert het Canadese bedrijf Glamis
Gold een goud- en zilvermijn. Dankzij de slechte communicatie van het bedrijf en
de Guatemalteekse overheid met de betrokken bevolking is de sfeer in de regio
inmiddels om te snijden. Geruchten en feiten zijn nauwelijks meer van elkaar te
onderscheiden. Een poging tot enige helderheid.
|
Project MarlinHet 'Project Marlin', een open mijn waar goud en zilver zullen worden gedolven, is eigendom van het Canadese bedrijf Glamis Gold/Montana, en ligt in de dorpen San Miguel Ixtahuacán en Sipacapa in het departement San Marcos. Het bedrijf heeft vanaf 1996/97 onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van goud en zilver en in 2003, in de laatste dagen van de regering van Alfonso Portillo, kreeg Glamis Gold officieel toestemming om goud en zilver te delven. De investering in het project Marlin bedraagt US$ 261 miljoen. De International Finance Corporation (IFC), de private poot van de Wereldbank, verstrekte in juni 2004 een lening van US$ 45 miljoen. Het gebied van ontginning in San Marcos bestrijkt twintig km2, er moet negentig hectare bos gekapt worden, 38 miljoen ton rotsblokken worden met dynamiet verpulverd en voor de winning wordt gebruik gemaakt van cyanide. Voorts is 160 m3 spoelwater per minuut nodig, 24 uur per dag. Om de plaatselijke bevolking voor het mijnbouwproject te winnen heeft Glamis Gold een aantal huizen, een school en twee protestantse kerken gebouwd. Grote borden langs de weg in de buurt van de mijn hebben opschriften als: 'Hier werken het particulier initiatief en de gemeenschap samen aan ontwikkeling' en 'Welkom burgers, wij staan open voor dialoog'. De plaatselijke bevolking is echter scherp tegen het mijnproject gekant. Tachtig procent van de bevolking is van oordeel dat de katholieke kerk van San Marcos beter geïnformeerd is over de gevaren van de mijn dan de nationale regering van Guatemala.
|
SpanningenIn januari van dit jaar eindigde een wegblokkade van veertig dagen in een bloedbad toen veiligheidstroepen de protesterende inwoners met geweld verwijderden. Resultaat: één dode en vele gewonden. In maart viel opnieuw een dode toen een veiligheidsbeambte, buiten werktijd, een inwoner doodschoot. De bisschop van San Marcos mgr. Ramazzini, die als spreekbuis voor de bevolking optreedt, kreeg bodyguards toegewezen na doodsbedreigingen. En hij is niet de enige: ook personeel van Glamis Gold en betogers tegen de mijn worden bedreigd. In mei 2005 oordeelde de Guatemalteekse Ombudsman voor de Mensenrechten dat de mijnbouwlicentie ingetrokken moest worden omdat niet voldaan is aan de eis dat inheemse volken van tevoren geconsulteerd moeten worden over het gebruik van de natuurlijke hulpbronnen in hun woongebied (een bepaling afgeleid uit conventie 169 van de Internationale Arbeid Organisatie). De overheid legt deze eis naast zich neer omdat het gaat om ondergrondse voorraden en daarvoor zou de conventie niet gelden. Al voorafgaand aan de goedkeuring door het IFC hadden lokale en internationale NGO's hun zorgen over de mijn uitgesproken. Vooral het niet-informeren en consulteren van de bevolking, en de groeiende spanning als gevolg daarvan werden bekritiseerd. Ook de raad van bestuur van het IFC had sterke bedenkingen bij het project en de ontwikkelingsrelevantie voor Guatemala. Het totale project van US$ 261 miljoen levert namelijk slechts 300 vaste arbeidsplaatsen op.[1] Het bestuur merkte ook op dat het IFC alleen afging op informatie verstrekt door het bedrijf, en niet van onafhankelijke bronnen, om de bedenkingen van de NGO's te weerleggen.
|
KlachtMadre Selva, een Guatemalteekse milieuorganisatie, diende in januari 2005 een klacht in bij de Ombudsman van het IFC. Daarin wordt gesteld dat het hoge waterverbruik van de mijn de toegang van de lokale gemeenschappen tot water aantast en dat het afvalwater het milieu en de watervoorraden zal vervuilen. Ook schendt het project het recht op consultatie vooraf van de inheemse bevolking. Door de mijn namen de sociale spanningen, het geweld en de situatie van onveiligheid, volgens de indiener van de klacht, toe. Madre Selva vroeg het IFC de lening aan Glamis in te trekken. In september bracht de Ombudsman verslag uit van zijn bevindingen. Het rapport kraakt een aantal kritische noten over de consultatie van de bevolking en de capaciteit van de Guatemalteekse overheid om dit en soortgelijke mijnbouwprojecten adequaat te begeleiden, maar vindt onvoldoende grond te adviseren de lening in te trekken. Over waterkwaliteit hoeft de bevolking zich geen enkele zorg te maken volgens het rapport. Eerdere ervaringen met Glamis in Honduras wijzen het tegengestelde uit. Overigens was de voorlopige, uitgelekte, versie van het rapport veel kritischer. Glamis had geen studie verricht naar het functioneren van het opvangbekken voor spoelwater en de constructie van de dam van dat bekken en er was ook geen plan voor noodgevallen. De Ombudsman karakteriseerde het opvangbekken als een 'high risk structure' en waarschuwde dat de dam niet gebruikt mag worden voor de betreffende studie is beoordeeld door het inspectieteam van het IFC. In het uiteindelijke rapport is die kritiek afgezwakt. Het bedrijf heeft de plannen, weliswaar met veel vertraging, toch overlegd en het IFC heeft ze goedgekeurd. Onafhankelijke experts zijn echter niet overtuigd. In augustus bereikte een Comisión de Alto Nivel ingesteld door de regering, met daarin de minister van Energie, kardinaal Toruño, bisschop Ramazzini en milieuorganisaties, een akkoord over de voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat de exploitatie van een mijn mag beginnen. Het consulteren van de gemeenschappen is een belangrijke eis. Daarnaast moet het bedrijf goede milieuzorg garanderen. De commissie hoopt dat het Congres een moratorium op exploitatie zet, maar eerst moet president Berger het akkoord goedkeuren.
|
Hoe nu verder?Internationale organisaties, waaronder Solidaridad, denken na over acties tegen de mijn en steun voor de bevolking. De inwoners van de regio San Marcos willen de mijn stopzetten, maar hoe reëel is die optie nog? Alle voorbereidende werkzaamheden zijn gereed en de mijn is klaar voor de start. Is het niet beter de dialoog met Glamis te verbeteren en met hulp van onder andere de Ombudsman manieren te vinden waarop bijvoorbeeld de waterhoeveelheid en -kwaliteit bewaakt kunnen worden? Aan de andere kant raakt de discussie over de mijn een heel fundamentele vraag die niet met pragmatisme alleen opgelost kan worden: welk ontwikkelingsmodel kiest de bevolking en wat brengt Guatemala een betere toekomst? [1] Tot mei 2005 had Glamis 2.239 (tijdelijke) werknemers in dienst. Voor de exploitatie van de mijn zijn 300 vaste werknemers nodig.
|
|
|
|
home stichting los niños de mensen erachter projecten foto's nieuws uit guatemala vrienden van los niños steun los niños informatie vrijwilligers contact |